Klooster Sion

Niawier
Tekening uit 1847, van een gebouw op het terrein van klooster Sion.

Klooster Sion bevond zich op een terp ten westen van het dorp Niawier. Van het klooster is niets meer over, al zijn de contouren nog zichtbaar in het landschap. Het klooster bevond zich op het terrein links van waar nu de boerderij staat, die in 1717 herbouwd is op een oud fundament en waarin stenen van het voormalig klooster zijn verwerkt. 

Het kloostercomplex bestond uit meerdere gebouwen, waaronder een kapel, slaapvertrekken, een eetzaal, een bakhuis, een brouwhuis en werkruimten. Er waren ook stallen en schuren voor vee en opslag. Tekeningen tonen dat het terrein werd omringd door een gracht en bereikbaar was via een poort met ophaalbrug. Aan de westzijde lag waarschijnlijk een laadplaats aan het water.

Klooster Sion, officieel Vallis Sanctae Mariae (Onze Lieve Vrouwe ten Dale), werd rond 1191 gesticht als dochterklooster van het cisterciënzer klooster Klaarkamp bij Rinsumageest. Het wordt gezien als het oudste vrouwenklooster van Friesland.

De gemeenschap groeide vanaf het begin snel. In 1233 werd een groep nonnen overgeplaatst naar Nije Kleaster bij Scharnegoutum. Onder hen waren adellijke vrouwen die hun bezittingen aan het klooster schonken. Hierdoor werd Sion een van de welvarendste kloosters van Friesland, met veel land rond Niawier, Oosternijkerk en Metslawier.
Na de Allerheiligenvloed van 1570 en de plundering door watergeuzen in 1571 raakte het klooster in verval. In 1580 werd het gesloten en kwamen de gebouwen in handen van de Staten van Friesland. De begraafplaats bleef bestaan en veel nonnen werden daar begraven. Overblijfselen, zoals stenen en een kapiteel, kwamen later in het Fries Museum en het kerkmuseum van Jannum terecht. In 1975 werd het terrein aangewezen als rijksmonument.

De abt van Klaarkamp had het hoogste gezag en stelde een prior aan voor het dagelijks bestuur. Deze leidde de nonnen en onderhield contact met het moederklooster. Namen van betrokkenen leven voort in straatnamen, zoals Auck Donia, Bornsenius en Doede van Siercksma. In de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag wordt het Ordinarius bewaard, geschreven in 1561 voor Teth Boltha. Zij was destijds priores van Klooster Sion. Het Ordinarius bevat een jaarkalender en een beschrijving van de liturgische zaken, zoals die het jaar door moeten gebeuren.

Aanwijzingen voor het stempelen van de Monnikenpenning:

  1. Leg de penning op het aanbeeld van het stempelblok
  2. Plaats de letterstempel op de juiste plek op de penning
  3. Tik met een ferme tik met het hamertje de letter in de penning
  4. Als alle letter geplaatst zijn, vormt zich een woord
  5. De letter van deze stempellocatie komt op positie 2 van de monnikenpenning